Sjouwerman home page Sjouwerman profiel Sjouwerman artikelen Sjouwerman opdrachtgevers Sjouwerman links Sjouwerman contact

Trouw - Europa, dinsdag 8 juni 2004

Mollah Krekar: Taliban gaven ons hoop

Petra Sjouwerman

,,Ik heb genoeg zelfinzicht om te weten dat ik controversieel ben'', schrijft mollah Krekar (48) in zijn autobiografie. Op 30 juni begint in Oslo het proces om de mollah uit te zetten naar zijn moederland Irak.

Nederland verdacht Krekar in 2002 van heroïnesmokkel. Noorwegen, waar hij sinds enkele jaren woont, heeft inmiddels een waslijst aan aanklachten tegen de mollah. Zijn boek, vorige maand in het Noors gepubliceerd onder de titel 'Med egne Ord' (In mijn eigen woorden) schetst een erg serieuze schriftgeleerde, die zichzelf vaak tegenspreekt. De enige geestige passage is Krekars beschrijving van de verbazing van Nederlandse agenten die hem na zijn vrijlating moeten overdragen aan de Noren. Op het militaire vliegveld nabij Oslo staat niemand van de overheid, alleen journalisten. Na tevergeefs aan allerlei gesloten deuren te hebben gerammeld, geven de agenten het op. ,,Is dit een serieus land? Waar zijn de mensen die verantwoordelijk zijn? Hier zijn je papieren en je paspoort. Het ga je goed!''

Najm al-Din Faraj Ahmad, beter bekend als Krekar ('man van het volk' in het Koerdisch) komt over als een compromisloze fundamentalist, die droomt van één groot islamitisch rijk met 'een ware islamitische levensstijl'. Wat dat precies inhoudt, legt hij niet uit. Een samenleving à la Taliban? ,,De overweldigende overwinning van de Taliban in Afghanistan gaf met name djihad-groepen weer hoop'', schrijft hij. Hardop stelt hij zich vragen: ,,Zou ik werkelijk achter terreurdaden staan?'', maar beantwoorden doet hij ze niet. Het belang van dit boek zit 'm dan ook niet in zijn diepe inzichten, maar in zijn persoonlijke kijk op de zaak-Krekar.

Oorspronkelijk komt hij uit Koerdisch Irak. Als zeventienjarige neemt hij deel aan de Koerdische opstand tegen Saddam Hoessein in 1975. Vol trots meldt hij hoe hij een piloot neerschoot en zijn hoofd meenam als trofee. Dan komt de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 in Halabdja waarbij vijfduizend Koerden omkomen. ,,Halabdja brandde in mij als een vulkaan van woede, verdriet en dorst naar wraak.'' De enige die hem hoop geven, is de IMK, de Islamitische Beweging van Koerdistan. Zij hebben mensen nodig die 'de jeugd wilde aanmoedigen tot wraak en vergelding'. Krekar sluit zich aan bij de IMK, die strenge islamitische regels wil invoeren en vrouwenrechten inperken. Toch ontevreden met de 'te matige' koers richt hij in 2001 de splintergroep Ansar al-Islam (soldaten van de Islam) op.

Krekar heeft altijd ontkend dat zijn beweging banden heeft met Al-Kaida, zoals de Verenigde Staten beweren. Wel vraagt hij in 1988 Bin Laden om financiële steun voor zijn heilige strijd, overigens vergeefs. Krekar laat zich vervolgens financieren door fondsen uit de VS en Europa.

In 2002 wordt hij op doorreis naar Noorwegen, op Schiphol gearresteerd op verdenking van heroïnesmokkel in Jordanië. Onterecht, oordeelde de rechter later - het kostte de Nederlandse staat een schadevergoeding van ruim 44000 euro. Tijdens dit verblijf in Nederland wordt Krekar ondervraagd door de FBI. Niet over de heroïnesmokkel maar over zijn mogelijke contacten met Al-Kaida. Terug in Noorwegen wordt hem de vluchtelingenstatus ontnomen wegens zijn veelvuldige reizen naar Koerdistan. De Noren verzamelen dertig aanklachten tegen hem, waaronder moord op een Koerdische leider, inzamelen van geld voor djihad en terrorisme en het overtreden van de asielregels. Persbureau Al-Jazeera noemt hem in 2003, tot grote schrik van de Noren, als de leider van Ansar al-Islam. Een fout van het tv-station, zegt Krekar, die beweert geen enkel contact meer te hebben met de organisatie.

Het is allemaal de schuld van de pers, vindt Krekar. Vooral de Noorse journalisten moeten het ontgelden. Hij noemt ze 'razende krijgers, hun gezichten verwrongen van vernietigingsdrang'. Daarentegen bedankt hij de Noren voor hun gastvrijheid en hun geduld. Maar dat geduld wordt door ruzies met bekende Noren en zijn dreigementen met rechtszaken sterk op de proef gesteld.

Het uitzettingsproces tegen Krekar begint op 30 juni, niet toevallig de dag van de machtsoverdracht in Irak. Om hem eerder uit te zetten naar een bezet en chaotisch Irak is onmenselijk, vinden de Noorse autoriteiten.

Copyright: Sjouwerman, Petra

English version of Sjouwerman home page Dansk version af Sjouwerman-hjemmesiden